Van Moonik tot leek

monk10.jpg
Tegenover de revolutionaire secularisatie en de antiklerikale wetten, hebben de leken zich de abdijbieren toegeëigend...

De abdijen hadden te lijden onder oorlogen, plunderingen en militaire en politieke verwoestingen.  De Franse Revolutie en de bewegingen die daarop volgden, dreigden een fatale slag toe te brengen door de onderdrukking van de Orden en congregaties. Op 2 november 1789 besloot de grondwetgevende vergadering tot confiscatie van bijna alle bezittingen van de kerk, abdijen, kloosters en reguliere geestelijken, met de bedoeling deze als nationaal bezit door te verkopen om de Franse staat te financieren, die zich midden in een financiële crisis bevond.

Deze revolutionaire secularisatie werd zelfs door Napoleon doorgevoerd, tot ongeveer 1814, en op grote schaal toegepast op het Franse grondgebied, dat zich toen uitstrekte tot ver buiten de huidige grenzen en aanzienlijke delen omvatte van wat nu Nederland, België, Duitsland en Italië zijn. De vele abdijen, priorijen en kloosters binnen deze gebieden werden ook getroffen door deze confiscaties en doorverkopen.

Pas na een langzame terugkeer naar de abdijen in de 19e en het begin van de 20e eeuw begonnen de monniken zich weer te roeren.

Zij moesten de kost verdienen in een omgeving die nu veel minder onderworpen was aan religieuze ordes.

 

In Frankrijk was de adempauze van korte duur en de twee verdrijvingen van 1880 en 1903, gevolgd door de scheiding van Kerk en Staat in 1905, toen de Radicale partij aan de macht kwam, dwongen veel abdijen tot sluiting, vooral die met een brouwerij. Deze brouwerijen werden verkocht aan leken, waarna zij over het algemeen net het hoofd boven water konden houden en uiteindelijk verdwenen.

Veel kloostergemeenschappen kozen ervoor Frankrijk te verlaten na de wet van 1905. Een andere reden voor het bijna verdwijnen van abdijbrouwerijen in Frankrijk, verwijst naar de Eerste Wereldoorlog en de vernietiging van vele abdijen. Na de oorlog richtten de heropgebouwde gemeenschappen geen brouwerijen meer op vanwege hun onfortuinlijke ervaring, maar richtten zij zich op andere soorten bedrijven: religieuze kunst, schoonheidsproducten, woningdecoratie, kruidenierswaren waaronder chocolade, likeuren, wijnen, kazen. In sommige kloosters in België, Duitsland en Nederland hield het bier beter stand.

Maar vele lekenbrouwers namen de fakkel over en bleven, in navolging van de monniken, bieren brouwen met monastieke of religieuze connotaties. Profiterend van het imago van onbetwistbare kwaliteit dat in de loop der eeuwen door de monniken werd opgebouwd, dragen deze lekenbrouwers ook vandaag nog bij tot het leven van de abdijbieren. Ondanks de zeer sterke daling van het aantal echte kloosterbrouwerijen in de laatste twee eeuwen, blijven de zogenaamde "abdijbieren" zeer populair.