De Carmelieten.

carmes1.jpg
De Orde van de Karmel is in het begin van de 13e eeuw ontstaan uit een kleine groep kluizenaars die zich verzamelde op de berg Karmel, tussen Israël en het huidige Libanon.

Ze wijdden zich aan het mediteren over de Wet van de Heer in gebed, eenzaamheid, handenarbeid, boetedoening en armoede. Ze werden gedwongen om de wieg van de Orde te verlaten, want in die tijd van de kruistochten heerste er onveiligheid in het Heilige Land voor de christenen.

Ze zochten hun toevlucht in hun verschillende landen van herkomst: Sicilië, Engeland, een provincie in het zuiden van Frankrijk, Italië, en van daaruit verspreidden ze zich geleidelijk aan over een groot deel van Europa.

Zulke turbulente omstandigheden brengen een belangrijke verandering in hun levenswijze teweeg: van kluizenaars worden ze geleidelijk aan geassimileerd met de bedelorden, waartoe de Franciscanen of Dominicanen behoorden, die bij voorkeur in het hart van de steden leven en zich in intieme verbondenheid met het contemplatieve leven aan het apostolisch leven wijden. Ze schepten op dat ze hierin trouw waren aan hun modellen, Maria en Elia.

In de 16e eeuw vond een beslissende hervorming van de Karmelietenorde plaats. De leider was de heilige Teresa van Avila (1515-1582), bijgestaan door de heilige Johannes van het Kruis (1542-1591).

Deze hervorming zou een tweede familie binnen de Karmelietenorde doen ontstaan: de Ongeschoeide Karmelieten.